Vlooien en wormen bij de Duitse Herder: wat je ziet en wat je niet ziet

door Paul | 5-10-2026 | Duitse Herder Tips & Kennis

vlooien en wormen bij de Duitse Herder

Silly Shepherds · leestijd ± 9 minuten

Vlooien zie je soms. Wormen meestal niet. En juist bij dat tweede gaat het vaak mis, omdat een hond die er gezond uitziet toch een worm kan hebben.

Dit is het tweede deel over ongedierte bij de Duitse Herder. In het vorige blog ging het over teken. Nu vlooien en wormen: wat ze doen, wat je zelf kunt controleren en waar je een dierenarts bij nodig hebt.

Let op: wij zijn geen dierenartsen. Deze informatie helpt je risico's en signalen herkennen, maar vervangt geen persoonlijk advies. Welk middel en welk schema geschikt zijn, bespreek je met je dierenarts.

Vlooien: het probleem zit niet alleen op de hond

Een vlo is klein, maar kan veel overlast geven. Bij een hond met vlooienallergie kan zelfs een zeer klein aantal vlooienbeten voldoende zijn om hevige jeuk en huidklachten, zoals korsten, kale plekken en kapotte huid, in stand te houden. Vlooien kunnen bovendien de hondenlintworm overbrengen wanneer een hond tijdens het likken of bijten een besmette vlo inslikt.

Waarom een plaag zo hardnekkig is. De volwassen vlooien op je hond vormen maar een klein deel van de totale vlooienpopulatie. Het grootste deel bestaat uit eitjes, larven en poppen, en die zitten niet op je hond maar in zijn omgeving: de mand, het tapijt, de bank, de auto en de kieren langs plinten. Vooral de pop is goed beschermd en kan maandenlang wachten. Een warmte- of trillingssignaal, zoals een hond die langsloopt, laat hem uitkomen. Daarom ontstaan plagen vaak na een periode dat er niemand thuis was, zoals na een vakantie. Wie alleen de hond behandelt, blijft vaak vlooien houden.

Hoe herken je vlooien? Let op veel krabben en bijten, vooral aan heupen, staartbasis en buik, op kale plekken en korstjes. Kam de hond boven een licht laken met een vlooienkam. Je vindt dan soms een vlo, en vaker vlooienpoep: kleine zwarte of donkerbruine korreltjes. Leg ze op vochtig wit keukenpapier. Ontstaat er een roodbruine kring, dan is het verteerd bloed en wijst dat sterk op vlooien. Vind je niets, dan sluit dat vlooien niet uit, zeker niet bij een hond met vlooienallergie.

Wat doe je bij vlooien? Behandel de hond met een middel dat bij hem past en behandel tegelijk alle andere huisdieren, elk met een middel dat voor die diersoort geschikt is. Pak ook de omgeving aan: was manden en dekens op de hoogste temperatuur die het materiaal verdraagt, stofzuig vloeren, plinten, meubels en de auto grondig en gooi de stofzuigerzak weg. Houd de behandeling lang genoeg vol. Zie je een week geen vlo meer, dan komen er nog steeds poppen uit. Het LICG adviseert een hond die buiten komt het hele jaar door te behandelen, omdat verwarmde huizen vlooien ook in de winter houden.

Let op bij middelen: katten en Duitse Herders

Gebruik nooit een hondenmiddel bij een kat. Sommige stoffen, zoals permethrin, zijn voor honden veilig maar voor katten zeer schadelijk, tot en met de dood. Heb je katten, meld dat dan bij het kiezen van een middel en voorkom contact tussen een kat en een pas behandelde hond zolang de bijsluiter dat aangeeft.

Duitse Herders en de MDR1-mutatie

Bij Duitse Herders kan de zogenoemde MDR1- of ABCB1-mutatie voorkomen. Honden met deze erfelijke afwijking kunnen gevoeliger zijn voor bepaalde geneesmiddelen, vooral bij specifieke werkzame stoffen of hogere doseringen. Dat betekent niet dat ieder vlooien- of wormmiddel voor een Duitse Herder gevaarlijk is. Gebruik uitsluitend een geregistreerd middel in de juiste dosering en bespreek twijfel met je dierenarts. Met een DNA-test kan worden vastgesteld of een hond de mutatie heeft.

Huismiddelen zoals knoflook, biergist, kokosolie en etherische oliën zijn geen betrouwbare bescherming tegen vlooien. Er is geen goed onderzoek gedaan naar hun werking én veiligheid, en sommige, zoals knoflook en bepaalde etherische oliën, kunnen schadelijk zijn.

Wormen: vaak aanwezig zonder dat je iets ziet

De meeste honden met wormen tonen aanvankelijk weinig of geen klachten. Dat betekent niet dat de besmetting onschuldig is. Sommige wormen maken de hond ziek en andere kunnen ook mensen besmetten.

Spoelwormen zijn lange, ronde wormen. Pups raken vaak al besmet via de moeder, voor of na de geboorte. Ze krijgen een dikke buik, groeien slecht, hebben een doffe vacht en soms braken of diarree. Bij volwassen honden zie je vaak niets, terwijl ze wel eitjes uitscheiden. Spoelwormeitjes overleven lang in de omgeving en zijn vooral een risico voor jonge kinderen. Volg bij pups het ontwormingsschema van de dierenarts en vraag de fokker welke behandelingen al zijn gegeven.

Lintwormen zijn platte, geleedde wormen. Je ziet soms segmenten die op rijstkorrels lijken rond de anus, in de mand of op de ontlasting. Een hond raakt besmet door een besmette vlo, door prooidieren of door rauw vlees en slachtafval. Niet ieder algemeen wormmiddel werkt tegen lintwormen. Heeft je hond lintwormsegmenten én vlooien, dan moeten beide worden aangepakt.

De vossenlintworm komt in Nederland voor bij vossen in Limburg en Oost-Groningen. Omdat wij in Zuid-Limburg wonen en wandelen, verdient hij extra aandacht. Honden kunnen de worm bij zich dragen door het eten van besmette knaagdieren, meestal zonder er zelf iets van te merken. Via de ontlasting en de vacht kunnen de eitjes bij mensen terechtkomen. De kans dat mensen ziek worden is klein, maar als dat gebeurt, is het meestal een ernstige leverziekte en de klachten komen vaak pas jaren later. Je ziet de worm en de eitjes niet in de poep.

Het RIVM adviseert honden die vaak in een gebied komen waar de vossenlintworm voorkomt, liefst elke vier weken te ontwormen met een middel tegen lintwormen, meestal met praziquantel. Niet ieder wormmiddel bevat dat. Bespreek met je dierenarts welk middel en welk schema passen bij jouw hond. Het risico hangt vooral af van wat je hond doet, zoals loslopen en muizen vangen.

De longworm wordt overgebracht via slakken en naaktslakken. Klachten zijn onder meer hoesten, sneller moe zijn, benauwdheid, sloomheid en soms bloedingsproblemen. Een standaard ontwormingsmiddel werkt niet automatisch tegen longworm en een gewone ontlastingstest kan de besmetting missen. Eet je hond slakken of heeft hij onverklaarbare luchtwegklachten of blauwe plekken? Vertel dat dan nadrukkelijk aan je dierenarts.

De hartworm is in Nederland niet gevestigd zoals in verschillende delen van Zuid- en Zuidoost-Europa. Besmetting is vooral een reis- en importrisico. Ga je naar een risicogebied, regel dan ruim vóór vertrek samen met de dierenarts de juiste preventie en spreek af hoelang die na thuiskomst moet doorgaan.

Wat wij zelf doen: controleren én weten wat je niet kunt zien

Wij zijn niet voor het gedachteloos geven van middelen. We kijken naar het risico van onze honden en maken in overleg met de dierenarts een bewuste keuze. Verlaag daarbij nooit zelf de dosering, deel geen tabletten op en verleng het interval niet, want een te lage dosis kan onvoldoende bescherming geven.

We controleren regelmatig de ontlasting en letten op veranderingen. Schuift een hond met zijn achterste over de grond, likt hij veel aan zijn anus of heeft hij daar jeuk, dan kijken we goed rond de anus en in de ontlasting.

Tegelijk weten we dat kijken alleen niet genoeg is. Met het blote oog zie je soms lintwormsegmenten of een volwassen spoelworm, maar de meeste wormeitjes en larven zijn onzichtbaar. Ook de vossenlintworm kun je niet zelf in de ontlasting herkennen. Jeuk aan de achterkant kan bovendien worden veroorzaakt door bijvoorbeeld volle of ontstoken anaalklieren. Houdt het aan, ga dan naar de dierenarts.

Daarom combineren we zelf opletten met gericht advies, laboratoriumonderzoek of behandeling wanneer het risico daar aanleiding toe geeft.

Ontlastingsonderzoek in het laboratorium kan een goede aanvulling zijn. De ESCCAP-richtlijnen noemen het zelfs als alternatief voor standaard ontwormen, maar één negatief monster sluit een besmetting niet uit. Voor een betrouwbaarder onderzoek kan de dierenarts vragen om ontlasting van meerdere dagen te verzamelen. Niet iedere worm wordt met dezelfde onderzoeksmethode gevonden. Voor longworm is bijvoorbeeld speciaal onderzoek nodig en bij risico op vossenlintworm is alleen een gewone ontlastingstest niet voldoende.

Hoe vaak ontwormen?

Er is geen ene regel die voor iedere hond klopt. Volgens de ESCCAP-richtlijnen is de vuistregel voor volwassen honden die buiten komen minimaal vier keer per jaar ontwormen, of regelmatig ontlastingsonderzoek laten doen en alleen behandelen wanneer er wormen worden gevonden. Vaker of zelfs maandelijks kan nodig zijn bij honden die onbehandeld rauw vlees of slachtafval eten, prooidieren vangen of jagen, en in huishoudens met jonge kinderen of mensen met een verminderde afweer. Voer je rauw vlees, slachtafval of vlees van wild dat niet aantoonbaar voldoende verhit of volgens de richtlijnen diepgevroren is geweest? Dan kan vaker behandelen tegen lintwormen nodig zijn, in risicosituaties zelfs iedere vier weken. Bespreek het soort voeding en de herkomst daarvan met je dierenarts. Meer over rauwe voeding lees je in ons blog over voeding van de Duitse Herder.

Een ontwormingsmiddel werkt niet als een vaccin. Het verwijdert de wormen die er op dat moment zitten en beschermt niet maandenlang tegen een nieuwe besmetting. Middelen worden gedoseerd op gewicht, dus gok niet en vraag advies.

Hygiëne: eenvoudig maar belangrijk

Ruim de ontlasting van je hond direct op. Was je handen na het opruimen en voor het eten. Laat kinderen hun handen wassen na het buitenspelen. Dek zandbakken af en laat je hond niet poepen op speelplaatsen. Voorkom dat hij de gezichten van kleine kinderen likt.

Wanneer ga je naar de dierenarts?

Neem contact op bij hevige jeuk, kale plekken of kapotte huid, bij zichtbare wormen of lintwormsegmenten, bij een pup met een dikke buik die slecht groeit, bij langdurige of bloederige diarree, herhaald braken, hoesten, benauwdheid of snel moe worden, blauwe plekken of onverklaarbare bloedingen en gewichtsverlies zonder duidelijke reden. Neem als het kan een vers ontlastingsmonster of een gevonden worm of segment mee in een goed afgesloten potje.

Samenvatting

  • Vlooien zitten vooral in de omgeving: behandel de hond, alle andere huisdieren én het huis
  • Houd de vlooienbehandeling lang genoeg vol, omdat poppen later nog kunnen uitkomen
  • Gebruik nooit een hondenmiddel bij een kat en combineer zelf geen middelen
  • Bij Duitse Herders kan de MDR1-mutatie voorkomen; bespreek bij twijfel de keuze van het middel en een eventuele DNA-test met je dierenarts
  • Huismiddelen en etherische oliën zijn geen betrouwbare bescherming en kunnen schadelijk zijn
  • Wormen zie je vaak niet: ontworm op basis van risico of laat de ontlasting onderzoeken
  • Woon of wandel je in Zuid-Limburg, dan speelt de vossenlintworm mee; niet elk wormmiddel werkt daartegen
  • Kijk zelf regelmatig naar de ontlasting en let op jeuk aan de achterkant, maar weet dat je met het oog niet alles ziet
  • Een middel geven zonder dat het nodig is, is niet het doel. Een middel weglaten dat wel nodig is, ook niet
  • Verlaag nooit zelf de dosering en verleng niet zelf het behandelinterval

Hoe pak jij vlooien en wormen aan bij jouw herder? Deel het in onze Facebookgroep Silly Shepherds.

Volg ons op YouTube, TikTok en Instagram voor wekelijkse updates van Zara én Odin.

🔗 sillyshepherds.com

🐕 Ervaring, zonder de feiten te vergeten

We schrijven vanuit bijna dertig jaar leven met Duitse Herders, maar wij zijn geen dierenartsen. Persoonlijke ervaringen noemen we persoonlijke ervaringen. Medische informatie controleren we aan de hand van betrouwbare bronnen, zoals het RIVM, ESCCAP en het LICG. Welk middel en welk schema bij jouw hond passen, bepaal je samen met je dierenarts. En als iets niet zeker is, zeggen we dat ook.

Bronnen: RIVM — vossenlintworm, ESCCAP — richtlijnen, LICG — vlooienbestrijding, LICG — wormen bij de hond

DE ROEDEL

Word lid van de roedel.

Nieuwe verhalen, praktische kennis, nieuws over het boek en af en toe iets waar alleen een herdermens om kan lachen.

Geen spam. Wel haren. Veel haren. Max. 4 mails per jaar.

De roedelfactor

Je komt voor een antwoord. Je blijft voor de honden.

Voor je het weet ken je Odin, Zara en de rest een beetje. Je herkent de verhalen, lacht om de chaos en komt vanzelf nog eens terug.